De schaatstraditie van Holland

Ulrike Grafberger, dinsdag 5 maart 2013

Het is gek dat schaatsen een van de meest populaire sporten is in een land dat bekend staat om zijn zeeklimaat en de milde winters die daarbij horen. Alhoewel ze ook tevreden zijn met kunstijs, zijn de Hollanders pas echt gelukkig op natuurijs: bevroren kanalen, meren en vijvers, rivieren en sloten.

Waar komt deze voorliefde voor ijs en schaatsen vandaan? Ik ga op zoek en ontdek dat er zelfs een schaatshistoricus bestaat in Holland, iemand die zich heeft gespecialiseerd in de geschiedenis van het schaatsen. Zijn naam is Marnix Koolhaas en hij geeft me graag meer informatie.

Schaatsen als populair tijdverdrijf

Volgens Marnix Koolhaas komt het Hollandse enthousiasme voor ijsschaatsen deels voort uit de Reformatie: “Toen het Calvinisme in de 16e in opkomst was in Holland, werden veel Katholieke festivals verboden. Daaronder was carnaval. Schaatsen nam de plaats in van deze feestelijkheden. Mensen voelden zich vrij en onafhankelijk op het ijs en konden zo even ontsnappen aan de strenge regels en wetten. Vervolgens werden er feestelijkheden georganiseerd op het ijs.”

Marnix vertelde me nog iets: “In Holland hadden we wat men verzuiling noemde, waarbij burgers werden ingedeeld in zuilen. Je privé- en sociale leven speelde zich af in je eigen zuil (Protestants, Katholiek, Sociaaldemocratisch of Liberaal). Daarom heb je zelfs vandaag nog een Katholieke voetbalclub in Amsterdam. Alleen het schaatsen raakte nooit verzuild. Iedereen is gelijk op het ijs, ongeacht hun religieuze gemeenschap of politieke overtuiging. En daarom is er ook geen Katholieke schaatsclub.” Je hebt plezier op het ijs en voelt je vrij. Dat klinkt logisch. Er is nog een reden waarom Hollanders schaatsen in het bloed hebben zitten. Je kunt niet alleen een pirouette doen; je kunt ook lange afstanden afleggen op de schaats.

Op bezoek bij oma en opa met een zwabber

Waarom speelt schaatsen zo’n belangrijke rol in Holland? Mijn schoonmoeder is Fries. Geen Duitse Friese maar een echte Hollandse Friezin. En zij kan het weten, want de wereldberoemde Elfstedentocht (de rit die elf Friese steden aandoet), loopt bijna langs haar voordeur. Ze vertelde me het volgende verhaal uit haar kindertijd: “Zodra we konden lopen, moesten de kinderen het ijs op. In die tijd hadden we nog houten doorlopers met een stuk ijzer eronder. Het was belangrijk dat we op het ijs vooruit konden komen. We hadden maar één fiets en als we bij familie wilden langsgaan, moesten we soms wel vijf kilometer afleggen. Dat is heel wat, vooral voor kinderen. Toen ik zes was, gingen we in de winter over het ijs naar oma en opa. Mijn ouders namen de zwabber en trokken er de kop af, zodat ze alleen nog de stok hadden. Vader en moeder schaatsten voorop en hielden één kant van de stok vast, terwijl ik de andere vasthield. Als ik te moe was om zelf te schaatsen, liet ik me trekken.”

“Als het vriest, smelten de Hollanders en de Friezen”

Marnix bevestigt het verhaal van mijn schoonmoeder:
“In de winter, als het water bevroor, voelde iedereen die geen zeilboot of paard had zich echt vrij.”
Het sociale leven en de familiebanden kwamen in Holland pas echt tot leven wanneer de natuur zijn winterslaap in ging.

En vandaag de dag? Als je de Hollanders op het ijs ziet, is het op hun gezicht af te lezen: pure lol en vrijheid. Zelfs de jongsten scheren over het ijs. En wie weet, misschien komt er weer snel een winter waarin we over het ijs bij oma op bezoek kunnen.