Leeuwarden, hofstad van de Friese Nassaus

Ga in Leeuwarden op zoek naar de sporen van de zeven Friese stadhouders van Nassau. De mooiste voorbeelden hiervan zijn twee paleizen, het park de Prinsentuin en de Stadhouderlijke graven in de Grote of Jacobijnerkerk. Straatnamen, gebouwen en monumenten herinneren aan de band met het vorstenhuis. Zelfs enkele moderne muurschilderingen portretteren de Friese Nassaus.

  • Ga op zoek naar de sporen van de Friese voorouders van Koning Willem-Alexander.
  • Bezoek de stijlkamer in Keramiekmuseum Princessehof, het voormalig paleis van Maria Louise.
  • Ontdek de koninklijke verhalen over markante personen, de krachtige vrouwen en bijzondere plekken in de stad.

Friesland heeft als enig gewest geen stadhouderloze tijdperken gekend en het was uiteindelijk de Friese tak die de in 1702 uitgestorven Oranje-tak voortzette. Zo ontstond de naam Oranje-Nassau.

Voorouders van de eerste koning van Nederland

De eerste koning van Nederland werd in 1813 als Willem I gekroond. Zijn grootvader was Willem Carel Hendrik Friso, die tot 1747 stadhouder van Leeuwarden was. Hij vertrok in dat jaar naar Den Haag om als Willem IV erfstadhouder van de hele Republiek der Verenigde Nederlanden te worden. Hiermee kwam een eind aan Leeuwarden als hofstad, hoewel de moeder van Willem IV tot haar dood bleef wonen in haar paleis het Princessehof. Dit is nu Keramiekmuseum Princessehof, waar een van de stijlkamers herinnert aan haar koninklijke bewoonster prinses Maria Louise van Hessen-Kassel (1688-1765).

Het verhaal van Maria Louise als regentes

Maria Louise speelde een bijzondere rol in de erfopvolging van de familie. Tweemaal vervulde ze de belangrijke functie als regent. Eerst als jonge vrouw voor haar ongeboren zoon en later op 71-jarige leeftijd voor haar kleinzoon die de eerste koning van Nederland zou worden. Ze was bij de Friezen zo geliefd dat ze Marijke Muoi werd genoemd, tante Marijke. Dit is maar één van de verhalen uit de rijke geschiedenis van de Friese Nassaus.

Sporen in de stad

Vanaf eind 16de eeuw woonden de graven van Nassau in het Stadhouderlijk Hof gelegen in het hart van de stad. Er waren achtereenvolgens zeven Friese stadhouders. Het Stadhouderlijk Hof is tot 1971 eigendom van de koninklijke familie gebleven. In de Grote Kerk kunt u eens op zoek gaan naar het Oranjepoortje en de zogenaamde ‘koningskraak’. Dit laatste is een verhoogde zitplaats in de kerk, speciaal voor de stadhouder gemaakt. De stadhouder en zijn familie hadden ook een eigen ingang aan de achterkant van de kerk. Dit Oranjepoortje is te herkennen aan de koperen boom met oranje appels. Via het poortje hadden ze toegang tot het familiegraf in het koor van de kerk.

Trendy Buitenverblijf

In 1676 kocht prinses van Oranje Albertine Agnes van Nassau, weduwe van Willem Frederik van Nassau-Dietz, een bestaand landgoed genaamd Sickingastate samen met drie boerderijen en gaf het de naam Oranjewoud. Zo'n buitenverblijf was destijds in de mode. Ze liet er lange lanen, singels en tuinen in barokstijl aanleggen naar Frans voorbeeld. Dit landgoed werd veel bezocht door zowel de stadhouders als huidige leden van de koninklijke familie.