Categorie:Newsroom

Dertig jaar Amsterdam Pride - 2 juli 2026

Amsterdam Pride groeide in dertig jaar uit tot een wereldwijd symbool van vrijheid en zichtbaarheid. Wat weinig mensen weten, is dat het evenement ooit begon als het idee van drie vrienden, een wiskundeleraar, een financieel directeur en een organisator uit de Amsterdamse gayscene. Ze wilden de stad simpelweg een cadeau geven.

Siep de Haan (68) werkte jarenlang als wiskundeleraar in Utrecht, Peter Kramer (67) was financieel directeur bij een woningcorporatie in Den Helder in Noord-Holland en Ernst Verhoeven was actief binnen de Amsterdamse gayscene. In 1996 stonden zij samen aan de wieg van Amsterdam Pride. Geen van hen kwam oorspronkelijk uit Amsterdam. Juist daardoor keken ze met verwondering naar de vrijheid en openheid die ze in de stad aantroffen. Die open sfeer wilden ze niet alleen zichtbaar maken voor de homogemeenschap zelf, maar juist voor iedereen. 

Dat bleek al meteen tijdens de eerste editie van Amsterdam Pride. “Vanaf welke brug kun je gewoon die blote jongens het beste zien?” De vraag kwam niet van een jonge feestganger uit Amsterdam, maar van oudere dames uit Limburg die dertig jaar geleden massaal naar de organisatie van de allereerste Amsterdam Pride belden. Siep de Haan moet er nog steeds om lachen. “Dat vond ik eigenlijk de best geslaagde emancipatie.” 

Waarom Amsterdam zo laat was met een Pride

Toen Peter Kramer en Siep de Haan begin jaren negentig naar Amsterdam verhuisden, bestonden er in steden als New York, Berlijn en Parijs al jarenlang Pride-evenementen. Alleen Amsterdam had er nog geen. Dat vonden ze vreemd, juist omdat de stad internationaal bekendstond als relatief vrij en tolerant voor homoseksuelen. “Wij woonden hier ontzettend goed,” vertelt Peter Kramer. “Dus wilden wij als gay community eigenlijk een feest cadeau geven aan de stad.”

Voor Kramer was dat gevoel van vrijheid iets bijzonders. “In andere steden moest je aanbellen bij een homokroeg en ging eerst een luikje open om te kijken wie er binnenkwam. In Amsterdam stonden mensen gewoon buiten op straat met een biertje. Dat mengde allemaal met elkaar.” Die insteek maakte Amsterdam Pride vanaf het begin anders dan veel andere Prides. In New York en andere steden ontstonden Pride-evenementen vooral als protest tegen discriminatie en politiegeweld. Amsterdam koos bewust voor een andere toon. “Wij noemden het ook geen gay pride,” zegt De Haan. “Maar echt Amsterdam Pride. Trots op de stad, trots op alle bewoners.” De organisatoren wilden niet alleen de homogemeenschap aanspreken, maar juist de hele stad erbij betrekken, inclusief hetero’s, gezinnen en toeristen. 

Een parade op het water

Rainbow flag during a Pride celebration in Amsterdam

Daarom bedachten ze ook een concept dat nergens anders bestond: geen parade over straat, maar over de grachten. De Canal Parade was geboren. In het eerste jaar kwamen twintigduizend bezoekers kijken. Een jaar later waren het er al tachtigduizend, en in het derde jaar een kwart miljoen. Vooral internationale media sloegen erop aan. CNN kwam jarenlang filmen, al werden de beelden voor de Amerikaanse televisie soms “een beetje gekuist”, zoals De Haan lachend vertelt. “Het eerste jaar stonden er twintigduizend mensen op de kade,” herinnert Kramer zich. “Inmiddels zijn dat er een paar honderdduizend. Het is na Koningsdag het grootste evenement van de stad.” 

Toch wilden de oprichters nadrukkelijk geen “bloemencorso”. Een speelse, ondeugende sfeer hoorde erbij, maar wel met grenzen. In samenwerking met de politie werd zelfs een officiële zedelijkheidsverklaring opgesteld waarin onder meer stond dat seksuele handelingen op de boten verboden waren. “Wij wilden bloot met een knipoog,” zegt De Haan. “Subtiel. Gezinnen moesten zich ook welkom voelen.” 

Absurde discussies met de politie

Soms leidde dat tot absurde discussies. Zo verscheen ooit een boot met mannen in huidkleurige pakken en opvallend gevulde sokken, waardoor het van een afstand leek alsof er volledig naakte mannen op de boot stonden. De politie wist niet goed of ze moesten ingrijpen. “Wij vonden dat deze jongen voldoende was aangekleed,” vertelt De Haan lachend over een van die evaluatiegesprekken.

Opvallend genoeg was Amsterdam Pride in de beginjaren nauwelijks afhankelijk van subsidies. Grote horecabedrijven stonden financieel garant en sponsors als Heineken ondersteunden het evenement. De organisatie werkte voorzichtig en creatief met beperkte middelen. “Wij begonnen eigenlijk alleen met straattegels,” zegt De Haan. “Maar juist dat vonden we leuk: met bijna niks toch iets enorms neerzetten.” 

Een “lief publiek”

De gemeente Amsterdam stond vrijwel meteen achter het initiatief. Burgemeester Patijn bood al tijdens het eerste jaar een officiële openingsreceptie aan. Ook de politie werkte volgens Kramer opvallend prettig samen met de organisatie. Tijdens Pride-weekenden gebeurden er volgens hem zelfs minder incidenten dan tijdens gewone weekends in de stad. “Het publiek dat op Pride afkomt, is gewoon een heel lief publiek,” zegt hij. 

Dertig jaar later kijken de oprichters echter met gemengde gevoelens naar de huidige tijd. Hoewel Pride groter en internationaler is geworden – dit jaar organiseert Amsterdam zelfs World Pride – maken ze zich zorgen over de maatschappelijke verharding. Vooral cijfers over jongeren raken hen diep. Uit recent onderzoek blijkt dat nog maar 43 procent van Amsterdamse scholieren homoseksualiteit volledig accepteert. 

“Dan worden we een target”

De Haan, die veertig jaar voor de klas stond als wiskundeleraar, merkt die verandering dagelijks. “Vroeger wilden leerlingen juist mee naar Amsterdam om dragqueens te ontmoeten,” vertelt hij. “Dat zou nu heel anders liggen.” Ook jongeren zelf lijken voorzichtiger geworden. Bij scholierenboten tijdens Utrecht Pride durven soms nog maar één of twee leerlingen per school zichtbaar mee te varen. “Jongens zeggen letterlijk: als wij ons aansluiten bij een homogroepje, dan worden we een target.” 

Toch overheerst bij de oprichters geen cynisme, maar eerder waakzaamheid. Ze zien Pride nog steeds als een plek waar vrijheid zichtbaar wordt, juist in een tijd waarin die vrijheid niet meer vanzelfsprekend voelt. “Dertig jaar geleden hadden wij niet gedacht dat we ooit weer voorzichtig zouden moeten zijn,” zegt Kramer. “Op papier is in Nederland alles goed geregeld. Maar je weet niet wat er in de hoofden van mensen zit.” “Het verhaal is kennelijk nooit af,” zegt De Haan. En misschien is dat precies waarom de Canal Parade nog altijd zoveel mensen trekt: niet alleen vanwege de boten, de muziek of de regenboogvlaggen, maar omdat Amsterdam ieder jaar opnieuw even laat zien hoe een open stad eruit kán zien.